Bernard Philippi (NL)

Bernard Philippi, een man die al las en schreef voordat hij vijf jaar oud was. Hij werd in 1811 geboren in Charlottenburg, vlakbij Berlijn, toentertijd de hoofdstad van Pruisen. Datzelfde jaar verhuisde de Philippi-Krumwiede familie naar Zwitserland, alwaar Bernard en zijn broer Rudolf naar de J. Heinrich Pestalozzi school gingen. Hij studeerde natuurwetenschappen en talen en vervolgde zijn studie na zijn opleiding aan de technische school van Berlijn tussen 1822 en 1830.

Vanwege zijn erkenning en fascinatie voor andere culturen begon hij in 1831 een rondreis door Amerika. Tijdens deze rondreis arriveerde hij voor het eerst in Chili in
januari 1831, in de Valparaiso haven. Na Chili bezocht te hebben, vervolgde hij zijn reis door Peru, India, China en Zuid-Amerika, om uiteindelijk in Hamburg uit te komen in augustus van datzelfde jaar.

Terug in Duitsland begon hij een studie aan de nautische school in Danzig, dankzij een studiebeurs. Na zijn studie in Danzig afgerond te hebben, meldde hij zich wederom aan bij het zeilschip Loussie, hetzelfde schip waarmee hij zijn eerste reis in 1830 meemaakte.

Tijdens zijn tweede reis ontmoette hij doctor Segueta en samen met zijn gezelschap bezocht en reisde hij zowel door het noordelijke als het zuidelijke gedeelte van Chili en het hooggebergte van Peru, op zoek naar inheemse en antieke stukken voor het museum van Berlijn.
Bernardo Philippi stichtte zijn eerste Amerikaanse woning in Peru, maar vanwege de klimatologische omstandigheden besloot hij naar Chiloé te verhuizen. Dit eiland bood hem de mogelijkheid de lokale levensvormen, zowel de menselijke bewoners als dieren en de flora en fauna te bestuderen.
Tijdens dit onderzoek vergaarde hij enorme hoeveelheden plantaardige monsters, bedoeld om op een later tijdstip aan het museum van Berlijn te schenken.

In 1840, te Berlijn, presenteerde hij zijn werk aan de Natuurwetenschappelijke Bond van Berlijn, waarop hij veel positieve kritieken kreeg en daarop volgend een beroep als “Verzamelaar van de flora en fauna van Chili voor het Museum van Berlijn” angeboden kreeg.

In datzelfde jaar keerde hij terug naar Chili om onderzoek te verrichten in de Valdivia provincie (in de districtszone van de Toltén rivier naar de Maullin rivier), en het Llanquihue meer. Rond dit meer verzorgde hij twee expedities. De eerste van Melipulli (Puerto Montt) naar het meer en van daaruit naar Osorno, de tweede vanaf de Maullin rivier naar het meer, beiden in 1842.

Tijdens deze expedities ontdekte Philippi zowel zones met piepjonge bebossing als zones met afgebrande bebossing.

Na zijn expedities werd Philippi gevraagd voor ‘Toma de posesión del Estrecho de Magallanes – het bezit nemen en besturen van de zee-engte van Magallanes, in het zuiden van Chili.

Al in 1848 begreep de Chileense regering de positieve uitwerking die het plan van Philippi zou kunnen hebben voor het land – het kolonialiseren van het zuiden van Chili door Duitsers. Datzelfde idee was opgekomen bij één van de laatste keizers van Europa, Karel de vijfde, in het heilige Romeins-Duitse rijk (ook bekend als koning Karel de eerste van Spanje), die ook de wens had uitgesproken het zuiden van Chili helemaal tot en met de Zuidpool te laten kolonialiseren door Germanen.

Op 27 augustus 1848 gaf de Chileense regering Philippi de bevoegdheid als ‘kolonisator’, verantwoordelijke voor de kolonisatie, met als doel het vinden van mensen geschikt om naar Chili toe te komen. Maar er was een kleine complicatie: De regering wenste alleen katholieke immigranten.

In Duitsland werd hij gesteund door zijn broer in zijn zoektocht naar geschikte kandidaten om de eerste groep kolonialisten in 1849 naar Chili te brengen.

Bernard Philippi bleek uiteindelijk nooit in staat zijn droom (de bodem van het Llanquihue meer gekolonialiseerd door Germanen) verwezenlijkt te zien, dit vanwege het feit dat hij pas in 1852 terugkeerde naar Chili, alwaar hij geacht werd
dienst te doen als ‘Gouverneur van Magallanes’, dit omdat de regering inmiddels volledig van samenstelling veranderd was. Antonio Varas onthief Bernard Philippi uit zijn functie als kolonisator.

Zijn permanente verblijf in Magallanes en een daaruit voortvloeiend tragisch bezoek aan een ‘cacique’, oftewel een inheemse leider van dat gebied, stonden aan de wieg van de verdwijning van ‘Don’ Bernard Philippi uit het Patagonische gebied (het zuiden van Chili).

Een jaar na zijn verdwijning besloot de nieuwe gouverneur Jorg Schytte een zoektocht naar Bernard Philippi te ondernemen. Tijdens deze zoektocht vond hij sporen die hem naar Patagonische indianen leidden, die uiteindelijk de moord op de vader van Germaanse kolonisatie in het zuiden van Chili bekenden. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

Naast al de prachtige publieke werken van Bernard Philippi, moet ook de kolonisatie van het zuiden van Chili genoemd worden, alsmede zijn natuurlijke vondsten (nieuwe dier- en plantensoorten, hun eigenschappen en mogelijkheden, etc.), een nieuw en precies cartografisch ontwerp van de Valdivia provincie, het Llanquihue meer en delen van Chiloé. Daarnaast nam hij deel in het beheren van de Magallanes zee-engte.

In Duitsland hielp hij vele wetenschappers en onderzoekers op natuurwetenschappelijk vlak, door middel van alle monsters die hij door de jaren heen verzamelde en overbracht naar zijn geboorteland.

TERUG STARTPAGINA

Anuncios

Crea un blog o un sitio web gratuitos con WordPress.com.
Entries y comentarios feeds.

A %d blogueros les gusta esto: